België: WO I - 4 jaren oorlog in de Westhoek
- begraafplaatsen
- gedenktekens
- loopgraven
- mijnkraters
- Nieuwpoort

externe links:
- Slag om de IJzer
Slagen bij Ieper:
- 1ste Slag
- 2de Slag
- 3de Slag
- 4de Slag
- eind offensief
musea:
- IJzertoren
- Flanders Fields
- Passchendaele
De Duitsers moesten, om de Franse kanaalhavens te bereiken, de oude lakenstad Ieper innemen. De hoogtes rond Ieper en in het Heuvelland waren van groot strategisch belang. Wie die hoogtes bezat, kon zich beter verdedigen, kon zijn artillerie beter richten en kon de vijand beter in de gaten houden. Vandaar dat de strijd er langdurig en heftig was.  Het Belgische leger beveiligde de sector vanaf Nieuwpoort, over Diksmuide tot aan het kanaal naar Ieper. Daar namen de Britten de leiding over tot een stuk in Frankrijk waar de Fransen van de Picardië tot aan de Zwitserse grens actief waren.

1ste Slag bij Ieper (19 oktober – 22 november 1914)
De Duitse opmars in België en het noorden van Frankrijk werd in september 1914 gestopt. Het centrum van de strijd lag nu in de Westhoek. Het Belgische leger slaagde erin de Duitse aanval te stuiten door eind oktober 1914 de IJzervlakte onder water te zetten. In het zuiden hadden de Britten en de Fransen de grootste moeite om hun linies rond Ieper stand te laten houden tegen de Duitse aanvallen. De Lakenhalle brandden en de vernietiging van Ieper was ingezet. Na die slag begon de stellingoorlog. Het front viel stil en de “Yper Salient” was een feit; de Ieperboog als een Britse bult in Duits gebied.
2de Slag bij Ieper (22 april – 25 mei 1915)
In de lente van 1915 probeerden de Duitsers opnieuw bij Ieper door te breken. Ze veroverden “Hill 60”. Op 22 april gebruikten de Duitsers voor het eerst chloorgas (tussen Steenstrate en Langemark), waarbij 150 ton chloorgas vrijkwam richting de Fransen. De geallieerden trokken zich een paar kilometer terug, maar nergens wisten de Duitsers een doorbraak te bewerkstelligen. In september gebruikten de Britten bij Loos chloorgas. Tot november 1918 zouden de strijdende partijen elkaar nog met miljoenen gasgranaten bestoken. In verhouding tot de globale verliescijfers, eist gas uiteindelijk “weinig” slachtoffers.

Belgische militaire begraafplaats Dodengang, Diksmuide de IJzer, Diksmuide de IJzer, Diksmuide Cross of
Sacrifice

3de Slag bij Ieper (31 juli – 10 november 1917)
Op 7 juni 1917 brachten de Britten 19 dieptemijnen tot ontploffing. De explosies werden tot in Londen gehoord. Deze Mijnenslag rond “Messines Ridge” of de “Wijtschate Bogen” was in eerste instantie een succes voor het Britse offensief. Het was meteen de prelude tot de 3de Slag bij Ieper.
Pas in augustus volgde de Slag om Passendale. Deze slag werd een regelrechte ramp. De Britse artillerie vuurde 107.000 ton obussen op de Duitse linies af. De aarde werd omgewoeld. Samen met de vele regen werd alles tot een modderbrij omgevormd. Vooruit komen was bijna onmogelijk. In vier maanden tijd en voor een terreinwinst van 8 kilometer verloren de Britten bijna 400.000 man aan doden, gewonden, vermisten en krijgsgevangenen. De Duitsers hadden sterke betonnen bunkers gebouwd die in combinatie met tientallen mitrailleurs bijna niet te veroveren waren. De hel van Passendale was er een van modder en afzien. Britten noemden het Passionsdale of dal van het lijden. Voor het eerst werd door de Duitsers mosterdgas (ieperiet) gebruikt. Dit gas tast, net als chloor en fosgeen, de ademhalingswegen aan maar veroorzaakt ook blaarvorming op de huid wat een ware marteling is.
4de Slag bij Ieper, Duits Lenteoffensief (april 1918)
Met de Oktoberrevolutie in Rusland kwam er een einde aan de oorlog aan het oostfront. In de lente van 1918 werden de Duitse troepen versterkt door divisies die terugkwamen van het Russische front. Het Duitse offensief startte eind maart tussen Arras en Laon. In april werd een zware Duitse aanval gelanceerd bij Ieper waarbij de geallieerde linies het bijna begaven.
Bij de Slag om Merkem (Houthulst) kreeg het Belgische leger op 17 april een massale Duitse aanval te verduren. De Kippe, een gehucht in Merkem en een aantal bunkers vielen in Duitse handen. Er werd met dolk en bajonet man tegen man gevochten. Diezelfde avond werden de Duitsers op alle beginposities teruggeslagen. De balans van het treffen: 155 Belgische en 254 Duitse doden, 354 Belgische en 1.211 Duitse gewonden en meer dan 780 Duitsers waren krijgsgevangen genomen. Het was de eerste Belgische overwinning sinds Halen in augustus 1914.
Bij de Slag om de Kemmelberg kregen vooral de Fransen het zwaar te verduren. Op 25 april werd de Kemmelberg ingenomen en viel Ieper bijna in handen van de Duitsers.

heropgebouwd Ieper klapozen Pool of Peace (mijnkrater) Menenpoort, Ieper Tyne Cot Memorial

5de Slag bij Ieper, Geallieerd Bevrijdingsoffensief (28 september - 11 november 1918)
De Duitse reserves raakten uitgeput en de Amerikanen kwamen volop in actie. Daarbij begon het Duitse thuisfront uit elkaar te vallen. Tijdens de 5de slag werden de Duitsers tot aan de Schelde teruggedrongen; 160.000 Belgische soldaten namen deel aan dit offensief. Een van de slagen vond plaatst in het Vrijbos (Bos van Houthulst); ooit een enorm bos. Gedurende de oorlog was het voor de Duitse verdediging een belangrijk strategisch punt. Het bos was een waar oorlogsarsenaal met een goed uitgebouwd smalspoortnet met aansluiting om het gewone spoorwegennet. Op 28 september vielen de Belgen aan. Bijna het hele Belgische leger werd hier bij ingezet, aangevuld met het 2de Britse leger en enkele Franse divisies. Bij het einde van de dag waren alle vijandelijke posten over een breedte van 18 kilometer en een diepte van 6 kilometer ingenomen. Van het bos bleven enkel nog boomstompen over.
Wederopbouw
Op 11 november 1918 kwam om 11 uur een einde aan de oorlog. Na de oorlog kwamen veel vluchtelingen terug naar huis. Sommigen bleven in hun vluchtland en bouwden daar een nieuw bestaan op zoals veel Vlaamse boeren in Frankrijk. In de frontstreek waren Ieper, Diksmuide en tientallen dorpen compleet vernield. "De Verwoeste Gewesten" kregen een bijzondere status. De eerste noodwoningen werden vervangen door houten barakken, er werd puingeruimd en het front werd schoongemaakt. Loopgraven, kraters en putten werden gedempt en munitie werd onschadelijk gemaakt. Langzaam aan werd alles heropgebouwd of nieuw gebouwd. In 1967 werd het Nieuwerck bij de Ieperse lakenhallen als stadhuis in gebruik genomen waarmee de heropbouw definitief werd afgesloten. Ondanks alle opruimacties zal het nog lang duren voordat allen sporen zijn opgeruimd. Er worden nog steeds lijken gevonden en munitie komt steeds opnieuw aan de oppervlakte door akkerbewerking en bouwwerken. Jaarlijks wordt in de Westhoek meer dan 200 ton oude munitie verzameld, waarvan 20 ton chemisch oorlogstuig.

Bron tekst: De Groote Oorlog in de Westhoek, Toerisme Westhoek.